![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |

|
HET
BROEIKASEFFECT 1. Zonnestralen komen op aarde en brengen naast licht ook warmte. Een gedeelte van de warmte wordt (door onzichtbare gassen) vastgehouden in de dampkring. Een ander deel verdwijnt weer in de ruimte. De belangrijkste gassen die de warmte kunnen vasthouden zijn kooldioxide (=CO2), methaan en CFK's. Als er teveel van deze 'broeikas'-gassen in de dampkring zitten, blijft er meer warmte in de dampkring hangen. Het wordt dus warmer. Dit noemen we het 'broeikaseffect'. |
![]() |
|
3. Wanneer we minder energie verbruiken en zoeken naar andere, schone energievormen komt er veel minder kooldioxide in de lucht. In plaats van CFK's zijn andere, milieuvriendelijke gassen te gebruiken. Vermindering van methaan kan door een andere manier van werken in de industrie. 4.
"Een wollen jas in de zomer die steeds dikker en dikker wordt en die
je niet kunt uittrekken". Zo ongeveer kun je het broeikaseffect vertalen
voor de aarde. Het wordt steeds warmer op aarde. Als de gemiddelde temperatuur
van de aarde stijgt, geeft dit gevolgen voor de klimaten: minder strenge
winters, warmere zomers, andere seizoenen, langdurige droogten en extremere
regenval. |
|
terug
naar energieproject
voor basisonderwijs
beginpagina - informatie - spelletjes - actueel - email - links