![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |

| Een klassieke watermolen laat heel duidelijk zien hoe de benutting van waterkracht eigenlijk werkt. Een watermolen maakt altijd gebruik van een hoogteverschil in de rivier. Het rivierwater valt op die plaats omlaag. Het vallende water brengt een schoepenrad aan het draaien. Die draaibeweging wordt gebruikt voor allerlei doeleinden, zoals het zagen van hout of het malen van graan. | ![]() |
| In
een klassieke watermolen wordt vallend water omgezet in een draaibeweging van het waterrad. |
![]() |
In een moderne waterkrachtcentrale is het schoepenrad vervangen door een turbine. Maar nog steeds wordt de kracht van de waterstroom omgezet in een draaibeweging. Alleen nu wordt de draaibeweging gebruikt om elektriciteit op te wekken. Om waterkracht te kunnen benutten, zijn twee dingen nodig; een hoogteverschil in de rivier en een waterstroom. In vaktaal: een verval en een debiet. Als het verval en het debiet groot zijn, dan kan een waterkrachtinstallatie veel opleveren. Maar als een van beiden klein is, dan is de opbrengst gering. |
|
Veel
stuwmeren in bergachtige gebieden kennen een verval van meer dan honderd
meter. De grootschalige waterkrachtcentrales die daar gebouwd zijn, leveren
een enorm vermogen. Bij de stuwen in de Maas en de Rijn is het verval
op z'n hoogst vier meter. Dat verklaart waarom waterkracht in ons land
slechts een beperkte bijdrage kan leveren aan de energievoorziening. Ook
al is Nederland een waterrijk land. |
![]() |
| Een
moderne waterkracht- installatie werkt met turbines. Zo'n turbine heeft een diameter van ongeveer vier meter. |
terug
naar energieproject
voor basisonderwijs
beginpagina - informatie - spelletjes - actueel - email - links