![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |

|
|
||
| De intensieve veehouderij is een landbouwmethode waarbij een boer veel vee heeft en nauwelijks land. De boer moet het veevoer kopen. Het meeste veevoer komt uit het buitenland. Via Rotterdam en de haven van Wageningen (Rijnzate) gaat het naar de boeren in het Binnenveld. | ||
| Het veevoer is gemaakt van planten. Deze worden voor een groot deel verbouwd in ontwikkelingslanden. In feite hebben deze landen het mogelijk gemaakt, dat de intensieve veehouderij in Nederland sterk is gegroeid en relatief goedkoop kan produceren. Thailand is een voorbeeld van een land, dat voor de westerse veevoederindustrie produceert. Hier is tussen 1971 en 1980 het cassave-areaal toegenomen van 211.000 tot ruim 1 miljoen hectare. |
| Cassave is de grondstof voor tapioca, een goedkoop vervangingsmiddel voor het duurdere graan. Tapioca wordt gemaakt van de wortelknollen van de cassaveplant. Ruim een kwart van het mengvoeder voor varkens bestaat uit tapioca en daarvan komt het overgrote deel uit Thailand. Tapioca is één van de belangrijkste exportproducten van Thailand. Het land is erg afhankelijk van dit product. Als de veevoederindustrie besluit ergens anders de grondstoffen vandaan te halen, omdat het elders goedkoper is, blijft Thailand met de tapioca zitten en gaat een belangrijke bron van inkomsten verloren. De handel in tapioca levert Thailand werk en geld op. Cassave kan op vrij arme en droge grond, op een simpele manier, verbouwd worden. Cassave kan enkele jaren zonder mest geteeld worden. |
| De teelt van cassave is niet zonder gevaar. De grond tussen de planten kan wegspoelen. Bovendien kan de grond, na verloop van tijd zo onvruchtbaar worden, dat er niets meer te verbouwen is. Kunstmest zou het tekort aan voedingsstoffen in de bodem kunnen aanvullen, maar geld voor de aanschaf ontbreekt, omdat de prijzen die voor tapioca betaald worden, laag zijn. Het gevolg is, dat de landbouwgrond ongeschikt wordt voor de landbouw. Om de productie te handhaven zijn boeren op zoek naar nieuwe landbouwgronden. Men ziet dan vaak, dat in marginale gebieden, dat zijn van nature ongeschikte gronden, de natuurlijke plantengroei moet wijken voor de verbouw van cassave. De ontbossing van de marginale gronden, veelal op hellend terrein, heeft desastreuze gevolgen. Met het verdwijnen van de oorspronkelijke begroeiing krijgt de erosie vrij spel. Binnen enkele jaren verandert zo'n gebied in een ware woestenij, waar iedere plantengroei onmogelijk is. |
| In feite is er een scheve situatie gegroeid. In ontwikkelingslanden, die gewassen telen voor ons veevoer, heeft de bodem vaak te kampen met een voedingstekort. De gebieden met de intensieve veehouderij hebben daarentegen een overschot aan voedingsstoffen in de vorm van mest. Transport van het overschot aan mest naar gebieden met een tekort lijkt een eenvoudige oplossing. In praktijk komt hier weinig van, omdat de vervoerkosten te hoog zijn. Tapioca zou dan enorm in prijs moeten stijgen met als gevolg, dat het stukje vlees bij de slager ook duurder wordt en dat is nu net wat de meeste mensen niet willen. |
| Opdracht (lees de tekst) | |
| A. | Onderstreep de woorden die met het veevoer te maken hebben. |
| B. | Welke zin klopt? |
| 1. De verbouw van cassave voor veevoer heeft vooral negatieve gevolgen voor Thailand. | |
| 2. De verbouw van cassave voor veevoer heeft zowel positieve als negatieve gevolgen voor Thailand. | |
| 3. De verbouw van cassave voor veevoer heeft vooral positieve gevolgen voor Thailand. | |
| C. | In
Nederland is er teveel mest, in Thailand te weinig. Waarom kunnen we de mest uit Nederland niet gewoon naar Thailand brengen? |
Verder naar "Wie eet straks de maïskolven op?"
terug naar het hoofdmenu van "De Boerderij"beginpagina - informatie - spelletjes - actueel - email - links