BEGIN INFO SPEL ACTUEEL E-MAIL LINKS

TITEL

 

HET VEEHOUDERIJBEDRIJF
Iedere dag kom je bij jou thuis een stukje van de boerderij tegen. Denk maar aan het eten en drinken dat wij van de boerderijdieren krijgen: eieren, vlees, melk, boter, kaas en nog veel meer. Vroeger hield de boer allerlei verschillende dieren op zijn boerderij. Er liepen koeien, varkens, kippen en ook nog schapen en paarden rond.
Nu houden de meeste boeren vooral één diersoort en daar wat meer van. De dieren krijgen allemaal hetzelfde soort voer en staan bij elkaar in de stal. Met één soort dieren kan de boer beter zijn geld verdienen en tegelijk producten voortbrengen die voor iedereen te betalen zijn. De boer hoeft niet al het werk op de boerderij in zijn eentje te doen. Vaak helpt het hele gezin een handje mee. De boerin verzorgt bijvoorbeeld de kalfjes, betaalt de rekeningen en houdt al het andere papierwerk op orde. De kinderen vegen de stal aan of halen de koeien uit de wei als het melktijd is.

Een boer vindt het fijn om zijn eigen baas te zijn. Er is niemand die zegt wat hij nu moet gaan doen. Hij kan zijn tijd net zo indelen als hij zelf wil. Natuurlijk moeten de dieren op tijd hun eten krijgen en moeten de koeien twee keer per dag worden gemolken. Maar als er iemand jarig is kan de boer, als hij zin heeft, langer koffie drinken. Op de boerderij zijn veel dingen nog precies hetzelfde als vroeger.
Er is ruimte genoeg om verstoppertje te spelen en andere spelletjes te doen.
En ruik je de poep van de dieren? De boer noemt die poep mest en is aan die geur gewend omdat hij iedere dag tussen zijn dieren werkt. Jij vindt de mest vast stinken, maar als je een tijdje op de boerderij hebt meegewerkt merk je het ook niet meer.


Nieuwsgierig naar hoe een typisch Nederlands boerenbedrijf er tegenwoordig uitziet? Kijk dan eens op de website van melkveehouderij Guichelaar.



© Het Kleine Loo




Opdracht (lees de tekst)
A. In de tekst geeft de schrijver een beeld van het boerenbedrijf en het beroep van de boer. Wat vind je van de informatie?
1. Ik denk dat de schrijver een te positief beeld geeft van het boerenbedrijf.
2. Ik denk dat de schrijver een goed beeld geeft van het boerenbedrijf.
3. Ik denk dat de schrijver een te negatief beeld geeft van het boerenbedrijf.
B. Welke afbeelding zal de schrijver kiezen bij de tekst? Zet er een kruisje naast.
   


Verder naar "Hoe word je boer?"

terug naar het hoofdmenu van "De Boerderij"


beginpagina - informatie - spelletjes - actueel - email - links